Inzet verloop.
- Alarmering van de hondengeleiders door de desbetreffende
alarmcentrale.
- Transport naar het afgesproken ontmoetingspunt /
inzetgebied.
- Het melden op de plaats van bestemming bij de inzetleider.
- Op de hoogte stellen van de status van het lopende
(politie)onderzoek en daar waar noodzakelijk aanvullen met specifiek benodigde informatie
voor hondenteams.
- Tijdens het jachtseizoen staatsbosbeheer informeren dat er
gezocht wordt, dit i.v.m. jagers.
- Coördinatie alle benodigde ondersteuning die nodig is voor
de zoekactie. (Honden, helikopters, politie te paard enz) door de inzetleider i.s.m.
overheidsdiensten.
- Zoekinzet.
- Transport terug.
Ondervraging ten
aanzien van de persoon die vermist is.
Hoe onduidelijker de feiten zijn des te belangrijker is het informatie over de vermiste
persoon te verzamelen. Deze verkrijgt men door een zakelijk en rustig uitgevoerde
ondervraging van familie, vrienden en kennissen. De ondervrager dient zich te allen tijde
te realiseren dat de betrokken personen zich grote zorgen maken en hulploos voelen.
Maak de personen duidelijk dat alles gedaan wordt om de
vermiste te vinden. Het gevoel om met een kleine hoeveelheid informatie te helpen werkt
aan de ene kant vaak geruststellend en is aan de andere kant voor de zoekactie veelal van
cruciaal belang. De te stellen vragen hebben onder meer betrekking op:
- de persoonlijkheid van de vermiste;
- zijn levensomstandigheden;
- zijn vriendenkring;
- zijn gewoonte (wandelroute, plaatsen, enz);
Ook dient nagegaan te worden:
- Heeft de vermiste voornemens geuit? Heeft hij
zelfmoordneigingen?
- Bestaan gezondheidsproblemen?
- Kan de vermiste bijvoorbeeld op grond van een hartkwaal of
epileptische aanval in elkaar gezakt zijn?
- Heeft hij medicatie nodig?
- Staat hij mogelijk onder invloed van drugs of alcohol?
- Is (met name bij oudere mensen) sprake van dementie.
- Is dit al eens het geval geweest?
- Is de betroffen persoon vaker verwart?
- Is het mogelijk in het geval van kinderen dat zij gelokt
door het avontuur weggelopen zijn.
- Is dit mogelijk?
- Welke plaatsen kent het kind?
- Op welke plaats is het kind het liefste?
- Laatste punt gezien.
Deze en gelijke vragen helpen het inzetteam, zich een beeld
te maken van wat mogelijk gebeurd is, zij kunnen hierop desbetreffend handelen.
Hoe lang duurt een
zoekactie?
Een groot opgezette zoekactie is een complex netwerk. Van alle zoekteams wordt vaak
een groot uithoudingsvermogen geëist wetende dat de actie altijd een ongewisse afloop
heeft.
Het is onmogelijk om bij voorbaat een tijdsbestek voor een zoekactie te geven. Des te meer
reserves aan hulpkrachten (ook hondengeleiders voor aflossing) er zijn des te langer kan
de totale zoekactie duren.
De inzettijd van een gemiddelde hond is afhankelijk van de weersgesteldheid en de
begaanbaarheid van het zoekgebied. De hond kan onmogelijk meerdere uren geconcerteerd
zoeken. Per definitie is de capaciteit van een reddingshondenteam na ca. drie dagen
uitgeput. Bij gunstige omstandigheden (koelte en gunstige vochtigheidsgraad) ligt de grens
ongeveer op 45 minuten onafgebroken zoektijd per team. Daarna heeft de hond een rustpauze
nodig om werkelijk geconcerteerd verder te kunnen zoeken. Hoe lang een pauze zijn moet en
hoeveel zoekfrequenties er op een dag in totaal uitgevoerd kunnen worden hangt af van het
type hond en (trainings)conditie. Is de hond in beginsel nog vers zal doorgaans 10 minuten
genoeg zijn. Des te langer de actie duurt des te langer moeten de pauzes worden. Zijn alle
beschikbare krachten uitgeput en naar menselijke waarschijnlijkheid alle plaatsen zonder
succes afgezocht zal een zoekactie afgebroken moeten worden. Deze beslissing wordt soms na
enige dagen, vaak na vele dagen en in uitzonderlijke gevallen na weken geveld.
Het
links - rechts revieren - een grondige zoekactie.
- werk op lijn.
Meerdere honden zoeken gelijktijdig naast elkaar gelegen stroken af. De geleiders lopen
gelijkmatig op lijn door het terrein. De communicatie moet bewaard blijven d.m.v. zicht-
of op zijn minst roepcontact en eventueel portofoons.
Heeft een hond een verwijzing gegeven of wordt hij door bijzondere moeilijkheden
opgehouden moet de rest van de linie wachten totdat ze gemeenschappelijk verder kunnen
gaan.
- Kenmerkt zich door een relatief langzame en systematische
zoekpatroon
- Kenmerkt zich door een zeer goede zoekdekking van het gebied
door kleine gelijkmatige zoekslagen.
- Kan de windrichting (tegenwind) positief benutten om het de
hond gemakkelijker te maken.
- Veelal eenvoudig opdeling van het gebied mogelijk door
gebruik te maken van natuurlijke of onnatuurlijke grenzen (bosrand, beek, weg, enz).
Bruikbaarheid.
- Het af te zoeken gebied is niet al te groot.
- Des te vlakker en gelijkmatiger het terrein is, des te
makkelijker laat de zoekactie zich uitvoeren.
- Het gebiedt is niet zwaar bebost.
- Gunstig is een lichte windstroming die richting hond waait.
Deze is volledig te benutten.
- Er zijn genoeg teams om een linie te formeren.
Uitvoeren bij.
- Er moet vanuit gegaan kunnen worden dat de vermiste persoon
niet aanspreekbaar is of erger nog dood is. In ieder geval wordt geen tegen reactie
gegeven op aanroepen door de zoekteams. Hierdoor is een smal zoeknet nodig. (volwassenen
die zich verlopen hebben zoeken meestal zelf kontact, bij kinderen bestaat het gevaar dat
ze zich verstoppen).
- Bij oudere personen of gewonde personen is de
waarschijnlijkheid groot dat ze in een omtrek van 1 t/m 4 kilometer te vinden zijn
redenerend vanaf laatste punt gezien.
Nadelen
- De zoekactie is wel grondig maar in verhouding traag.
- In het bijzonder als vermoed wordt dat de vermiste persoon
zich nog voortbeweegt, groeit het af te zoeken oppervlak snel.
Het gebied kan makkelijk berekend worden als van het laatste punt gezien of het
uitgangspunt een cirkelvormig zoekgebied vermoed wordt. Neem aan dat het slachtoffer zich
rechtdoor beweegt, dan is de oppervlakte die doorzocht dient te worden: Zoekgebied:p * r2
(p » 3,14)
Stel: Verwacht wordt dat het slachtoffer 2 km/uur loopt en reeds 3 uur vermist is
vanuit het laatste punt gezien.
Het zoekgebied bedraagt dan: 3,14 * (2*3) 2 =113,04 km2
Bijzonderheden.
- De linie kan met in achtneming van enige bijzonderheden ook
gebruikt worden in steilere gebieden waar dan op gelet moet worden is de zoekrichting
m.b.t. dal- of bergwind.
De
zelfstandige grof zoekmethode
- Werkt in de meeste gevallen als men alleen zoekt in een
gebied en alleen met zeer goede honden.
- In het ideale geval komt de hond vanzelf terug indien hij
een gebiedt afgezocht heeft. Als dit niet het geval is moet de geleider op grond van zijn
kennis van de werkwijze van zijn hond en het afschatten van de moeilijkheid van het
terrein zijn hond terugroepen. (Het gebiedt markeren om het eventueel nog eens af te
zoeken).
- Bijvoorkeur de hond tegen de wind opzetten. Bij dichte
vegetatie is de luchtstroming bijna niet te calculeren.
Bruikbaarheid
- Zeer kleine gebieden.
- Vooral bij sterk begroeit terrein.
Uitvoering
- Altijd, indien de mogelijkheid bestaat, dat de gezochte
persoon zich verstopt heeft.
- Als er op gerekend wordt dat er een lijk verstopt is
geworden.
Nadelen
- Het werk van de hond kan niet of bijna niet gecontroleerd
worden.
- Het is niet vast te stellen of de hond werkelijk alles
afgezocht heeft (eventueel meteen of later een verificatie met dezelfde hond of een andere
hond laten uitvoeren).
Het wegzoeken
- Afzoeken van wegen en direct aangrenzende gebieden zoals
bermen, bospassages, etc.
- Eén tot twee teams lopen langs de weg. Een team
concentreert zich op de linkerkant en het andere team op de rechterkant.
- De hond werkt onaangelijnd, de geleider let op en leest zijn
hond. Tevens zoekt de geleider met zijn ogen naar sporen.
Bruikbaarheid
- Direct te nemen maatregel als een wandelroute van de persoon
die vermist wordt (ongeveer) bekend is.
- Indien mogelijke vindplaatsen, zoals thuis etc., al
gecontroleerd zijn.
- Verzamelen eerste informatie.
Uitvoering
Nadeel
- Voor boven genoemd speciaal geen nadeel.
- Geen gebiedsdekking.
De
tegenwind zoekmethoden in zeer grote gebieden zonder een specifiek zoekschema.
- De geleider kan snel werken en vlug een overzicht krijgen.
De verzamelde informatie is waardevol voor de planning van de verdere zoekactie.
- De hond werkt onaangelijnd in een bepaalde radius om de
geleider.
- De zoekrichting richt zich op vermoedde gedragingen van de
vermiste.
- Het afgezochte gebied moet zorgvuldig op een landkaart
ingetekend worden. Op deze manier worden plaatsen gemarkeerd die nog niet doorzocht zijn
geworden en die preciezer doorzocht dienen te worden. (Bijvoorbeeld door smal links -
recht revieren).
Bruikbaarheid
- Met weinig zoekteams moet een zeer grote oppervlakte
doorzocht worden.
- De vermiste persoon is waarschijnlijk zeer mobiel.
- Men heeft meer informatie over het gebied nodig.
- Bij een zoekactie in de nacht is oriëntatie moeilijk.
- Het gebied moet door tijdgebrek mogelijk snel uitgekamd
worden. (Bijvoorbeeld een gevaarlijke plaats of m.b.t. het intreden van de duisternis).
Uitvoering
- Personen, van wie aangenomen wordt dat ze verdwaalt zijn.
- Deze mensen zijn vaak in de gelegenheid en willig op
aanroepen te reageren. Omdat de dekking van het gebied door de looprichting van de
geleider en hond niet al te groot is, moet de geleider proberen roepcontact op te nemen.
Zo kan de vermiste dan snel gevonden worden, indien het geurveld voor de hond niet
waarneembaar is. (omdat een hond een beter gehoor heeft als de mens heeft hij het voordeel
ook geluiden beter op te vangen. Het heeft zijn voordeel als de hond ook geleerd heeft ook
hier op te reageren. In eerste instantie is natuurlijk training op geur het belangrijkste.
Nadeel
- Wil of kan het slachtoffer niet op aanroepen antwoorden zakt
de effectiviteit van de zoekactie snel als het geurveld van het slachtoffer de hondenneus
niet meer bereikt.
- De kansen, snel resultaat te hebben, moeten tegen de gevaren
om het overlopen afgewogen worden.
Zoekactie in het donker
Veel alarmeringen van vermissing komen bij de
reddingshonden teams laat in de avond of nacht binnen. Overdag heeft men gewacht of op het
verschijnen van de vermiste gehoopt. Ook hebben veelal vrienden en familieleden zelf
gezocht voordat aangifte van vermissing gedaan wordt.
Nu moet het reddingshondenteam de beslissing nemen of de zoekactie direct of in de ochtend
gaat plaatsvinden. Hierbij moet in eerste plaats de urgentie bepaald worden.
- Kan de vermiste de nacht doorstaan?
- Hoe is het weer?
- Bestaan in het vermoede gebied bijzondere gevaren?
Een bijzondere risicogroep zijn kinderen, oude mensen,
mensen met gebreken, gewonde, en acute zelfmoordneigende personen. In al deze gevallen
wordt, als het risico voor de reddingsteams niet te groot is, ook in de nacht gezocht.
Nachtzoeken levert voor de honden weinig problemen op omdat hij zijn neus gebruikt bij het
zoeken en niet zijn ogen. Meer problemen geeft het met de oriëntering van de geleider.
Bij voorbaat kan de hond een flasher dragen. Het biedt de
geleider een controle mogelijkheid om tijdens de zoekactie de hond te volgen tijdens zijn
werk. Vermijdt het schijnen met een lamp op de hond aangezien deze hierdoor verblind
wordt.
Voordelen van het
nachtzoeken
- Nachtzoeken is gedurende een koele nacht gunstiger.
De luchtvochtigheid is hoger en het temperatuur onderscheidt tussen het slachtoffer en
zijn omgeving is groter. Ook voor de hond zijn deze omstandigheden gunstiger. (Matige
luchtvochtigheid, geen sterke regen dus is gunstiger voor het geurveld).
- In het zoekgebied zijn meestal geen andere personen
aanwezig.
- Er kan in ploegen gewerkt worden. Een team zoekt in de nacht
en verzamelt informatie. Een verse ochtend ploeg neemt vervolgens het werk over en
ontvangt ter voorbereiding specifieke informatie van de nachtploeg.
Nadelen
- In de nacht duurt het langer een bepaald gebiedt af te
zoeken dan overdag. Zelfs met licht is het niet gemakkelijk de weg te vinden. In de nacht
onderschat men gemakkelijk afstanden en grote verhoudingen.
- Het gebruik van een landkaart is beperkt of niet mogelijk.
- Overdag kunnen deelgebieden grondiger doorzocht worden
indien dit wenselijk is.
- Bijzondere gevaren zoals afgronden e.d. kunnen het
nachtzoeken verhinderen.
- Beslist men voor een links - rechts systeem, moeten de
slagen verkort worden om een beter contact met de hond te krijgen.
- Blijft de hond buitengewoon lang weg moet de geleider hem
niet botweg terugroepen maar zich er liever van overtuigen of de hond misschien iets
ontdekt heeft. (Bijvoorbeeld een oude ligplaats waaraan de hond aan het ruiken is).
Uitvoering
Het links - rechts systeem met opgedeelde zoekvelden, wordt
net als bij dag, uitgevoerd met als verschil dat het een verkleinde vorm is. Voor het
zoeken zonder schema moet men eerst een beter beeld van het geheel en de grote van het
gebied krijgen. Het beste kan men er omheen lopen met de hond.
- Het beste probeert men een landkaart te krijgen van het
gebied. In nood kan men er zelf een maken waar men de landpunten en geschatte afstand
optekent.
- Men oriënteert zich bij de zoekactie aan bijzondere
landschapspunten en zoekt bospaden, wegen en rivieren af.
- Men roept de vermiste geregeld aan indien niet het gevaar
bestaat dat het slachtoffer zich nog verder terugtrekt.
- Na het zoekwerk moet indien mogelijk precies vastgesteld
worden waar en waar niet of niet grondig genoeg gezocht is.
Statistieken
Voor de onderstaande cijfers geldt:
- De vermiste persoon bevond zich voor zijn verdwijning op een
voor hem bekende plaats.
- De vermiste persoon verdween tijdens een wandeling etc. van
de weg of een bekende route.
- Het slachtoffer is dwars door een gebied gelopen (Jagers,
fotograven, natuurliefhebbers).
Percentage
onderzochten gevallen.
Van het slachtoffer uit, een bekend uitgangspunt.
- 34%, volgden een weg, een straat of gelijke.
- 33%, gingen dwars door het gebiedt.
- 25%, gingen langs bospaden of langs een makkelijk
toegankelijk pad.
- 8%, werden in gevaarlijke gebieden gevonden.
Verdwijning tijdens een wandeling.
- 22%, bleven op een pad of weg.
- 61%, verlieten de hoofdweg.
- 34%, om af te korten.
- 22%, gingen zonder zich aan op de weg te houden, richting
civilisatie.
- 5%, verdwaalden in het dichte bos.
- 11%, werden in gevaarlijke gebieden gevonden.
- 5%, hadden op of in nabijheid van de weg
gezondheidsproblemen.
- 1%, overige.
Verdwijning in de wildernis.
- 62%, vonden en bleven op paden. Etc.
- 23%, bleven in het dicht begroeid gebied.
- 8%, zochten naar tekenen van civilisatie.
- 4%, hielden zich op in een gevaarlijk gebiedt.
- 3%, overige.
Welke afstand legt
gemiddeld, een vermist persoon af. (Radius).
| |
Afgelegde afstand |
Radius t.o.v.
uitgangspunt |
| Kinderen |
6,4 km |
2,4 km |
| Jager |
12,8 km |
2,0 km |
| Wandelaars |
5,6 km |
1,6 km |
| Oudere personen |
3,2 km |
1,6 km |
| Overige |
3,2 km |
1,6 km |
Opgave in procenten.
| |
1-6 jr |
6-12 jr |
Jagers |
Wandelaar |
Natuurlief-
hebbers |
boven 65 |
| tot 1,6 km |
38 |
33 |
18 |
25 |
22 |
57 |
| 1,6 - 3,2 km |
46 |
42 |
47 |
25 |
41 |
28 |
| 3,2 - 4,8 km |
8 |
17 |
24 |
25 |
11 |
8 |
| > 4,8 km |
8 |
8 |
11 |
25 |
23 |
7 |
De tabel laat zien dat in vlak terrein de meeste
slachtoffers binnen een radius van 1,6 tot 3,2 kilometer gevonden werden. |