 |
De honden van LiSAR zijn in staat om een lichaam of delen
daarvan te traceren. Hierbij maakt het geen verschil waar deze verborgen zijn.
Op het water staat de hond op een boot en hoeft hij de geleider alleen te waarschuwen als
hij iets ruikt. De hond maakt dit kenbaar door te blaffen of geeft een reactie die voor de
geleider "leesbaar" is. Deze SAR-eenheid kan bij dag en nacht werken.
|
 |
Bergingshonden zijn getraind op de geur die een lichaam in staat
van ontbinding afgeeft. Om sterke geurstoffen af te geven moet een stof gemakkelijk in een
gasachtige toestand overgaan en enigszins oplosbaar zijn in water.
De kans van slagen is van vele factoren afhankelijk. Zo spelen mee; de tijd die
een persoon al in het water ligt, de temperatuur van het water, de luchtdruk en de
stroming van het water. Ook de grootte van het gebied waar het lichaam mogelijk ligt
alsmede de windsterkte zijn van groot belang.
Een zoektocht beperkt zich niet alleen tot het verkennen en doorzoeken van een gebied,
maar is een complex samenspel van teamleden, hond en ervaring. Dit samenspel is dermate
fragiel dat het zoekteam voldoende getraind moet zijn om onder alle omstandigheden een
optimaal resultaat te bewerkstelligen. Twee praktijkvoorbeelden zijn:
- Het geurveld kan zo sterk voor de bergingshond zijn dat met de wind mee gevaren
moet worden om de vindplaats nauwkeuriger te kunnen vaststellen. Het grootste probleem
blijft echter om, nadat met behulp van de honden een plek gevonden is, uiteindelijk ook
het vermiste lichaam te vinden. Stromingen kunnen immers de geur over grotere afstanden
hebben meegevoerd. De nieuwste GPS (sonar) kan dan uitsluitsel geven.
Deze reddingsactie omvat dus drie disiplines: de Motordriver, de hond en geleider
en hulppersoneel (voor onder meer bediening van de sonar).
- Ook de watertemperatuur speelt een grootte rol. Een tempertuur lager dan 3,3
graden Celcius voorkomt dat het ontbindingsgas aan het oppervlakte geraakt. De enige
manier om dan nog te zoeken is de hond te laten zwemmen. Alleen is dit doorgaans af te
raden omdat de hond met onderkoelingsverschijnselen te maken kan krijgen.
Bij zoekacties worden maar al te vaak alleen duikers ingezet terwijl de
combinatie bergingshond en duikers een betere oplossing is. Het gebruik van uitsluitend
een duiker heeft als nadeel dat deze driedimensionaal moet zoeken aangezien een lichaam
niet op de bodem hoeft te liggen.
Rekenvoorbeeld: zoekgebied 10m bij 10m = 100m2 bij 10m diepte = 1000m3.
Een andere handicap voor de duiker is de beperkte lichtinval. Veelal is deze
dermate beperkt dat hij geheel op de tast te werk moet gaan, hetgeen haast een onmogelijke
opgave is.
Om elke zoekactie optimaal te laten verlopen werkt LiSAR nauw samen met
de Reddingsbrigade Weert waardoor alle diciplines -waaronder reddingshonden, duikers,
motordrivers en hulppersoneel- voor een geslaagde zoekactie aanwezig zijn.
De motordriver brengt de boot in positie en kent de topografie terwijl de reddingshond het
lichaam trasseerd. Hulppersoneel bedient de sonar en de duikers kunnen werken met de
sleepnetten.
Een andere zoekmogelijkheid die ik vaker hoor is "we wachten dat het
lichaam vanzelf naar boven komt". Deze optie dient echter behoedzaam toegepast te
worden aangezien er omstandigheden zijn waarbij het bovenkomen zeker niet gebeurt. LiSAR
is geen voorstander van deze methode aangezien, naast het leed en de onzekerheid voor
achterblijvers, er veel factoren zijn waarop geen invloed uitgeoefend kan worden. De
belangrijkste externe factoren kunnen zijn:
- de diepte van het water
- de lichaamsbouw van de drenkeling
- het vastraken van een lichaam op willekeurige diepe of lokatie
© LiSAR |