©
LiSAR
. Directe pulpa-overkapping
Bij deze techniek wordt eerst het bovenste deel van het
pulpaweefsel dat het dichtst bij de fractuurranden ligt en dus geïnfecteerd is
geamputeerd.
Op het verse wondoppervlak (dat net als elke andere verse wond fiks zal bloeden) eerst een
laagje calciumhydroxide aangebracht. Calciumhydroxide is een poeder dat veel bouwstenen
bevat die het pulpaweefsel kan gebruiken om zich te herstellen en om nieuw tandbeen of
dentine aan te maken. Tevens kan het gebruikt worden om de bloeding van het verse
wondoppervlak te stelpen. In feite kan het dus gezien worden als een soort wondverband.
Boven op dit wondverband komt een eerste vulling van glasionomeercement. Dat is een
tandheelkundig materiaal dat als grote voordeel heeft dat het zelf hecht aan het tandbeen.
Dat heeft tot gevolg dat het met dit cement mogelijk is om een perfecte afsluiting te
maken die geen enkele lekkage toestaat.
Helaas is dit cement niet sterk genoeg om als uiteindelijke vulling dienst te doen, bij
het pakwerk zou het veel te snel afslijten. Daarom komt er bovenop dit glasionomeercement
de uiteindelijke toplaag van twee componenten composiet.
Na het aanbrengen van de vulling wordt het restant van de tand zodanig afgewerkt dat er
ronde, vloeiende randen ontstaan en de tand zo goed mogelijk bestand is tegen de zware
belastingen die optreden bij het pakwerk.
Doel hierbij is een functioneel herstel en geen esthetisch
volmaakt herstel, de tand zal in de regel dus iets stomper worden dan dat de
oorspronkelijke tand was. In principe zou het zeker mogelijk zijn om met vulmaterialen of
kronen de oorspronkelijke tand perfect na te bootsen, in de praktijk blijkt echter dat
zo'n kunstmatige opbouw altijd zwakker is dan, de oorspronkelijke tand, die al niet
bestand bleek te zijn tegen de zware belasting. Bij een kunstmatige opbouw resulteert dit
al snel in opnieuw fractureren. Als laatste handeling wordt dan de geprepareerde en
gevulde tand gepolijst om een zo glad mogelijk oppervlak te krijgen.
De gehele behandeling wordt uitgevoerd onder algehele narcose. De meest veilige methode
van narcose tijdens tandheelkundige ingrepen is de inhalatieanesthesie.Daarbij wordt de
hond via een buisje dat in de luchtpijp is geschoven een gasmengsel toegediend dat de
anesthesie bewerkstelligt. Het grote voordeel van deze methode is dat de hond precies
genoeg gas kan worden toegediend om een anesthesiediepte te geven die op dat moment
noodzakelijk is. Bij het amputeren van de pulpa, dat het meest pijnlijke deel van de
ingreep is, moet de anesthesie dieper zijn dan tijdens de rest van de behandeling. Middels
het gasmengsel is precies te bepalen hoe diep de anesthesie is.
Een tweede voordeel is dat de hond na de behandeling snel weer wakker is.
Een reden te meer om te kiezen voor gasanesthesie is dat door de buis, die in de keel
voorkomt dat water en speeksel uit de bek in de keel en eventueel de luchtpijp lopen.
Zeker als bij het gebruik van de airrotor, de tandartsboor met een snelheid van 400.000
toeren per minuut de waterkoeling gebruikt wordt is het risico dat water bij de patiënt,
die niet kan slikken omdat die onder anesthesie is, in de luchtpijp loopt levensgevaarlijk
groot.
Omdat het gebied rond de wortelpunt al het nodige te verwerken
krijgt aan zwelling en overbelasting ten gevolge van de fractuur, is het verstandig om de
hond een korte periode van rust te geven (1 tot 2 weken) voordat weer aan het pakwerk
gedacht kan worden.
Om na te gaan of het pulpaweefsel intact blijft na de behandeling is het raadzaam om op te
letten of de tand na de behandeling verkleurt. Als de tand in de maanden na de behandeling
blauwzwart verkleurt over de gehele lengte van de tand is dat een duidelijke aanwijzing
voor het afsterven van de pulpa.
Volledige zekerheid over de conditie van de pulpa geeft een
röntgenfoto, die het beste gemaakt kan worden 6 tot 9 maanden na de behandeling. Als het
pulpaweefsel is afgestorven geeft dat op de röntgenfoto een duidelijke opheldering te
zien rondom de wortelpunt. Het is dan mogelijk een behandeling in te stellen in een vroeg
stadium, voordat eventuele abcessen zijn ontstaan.
Bij onverhoopt afsterven van de pulpa zal een wortelkanaalbehandeling moeten worden uitgevoerd. In de praktijk
blijkt vaak bij een hond, waarbij een van de hoektanden sterk in lengte is afgenomen ten
gevolge van een fractuur, een zodanig gewijzigde belasting van de kaken op te treden dat
ook de nog intacte hoektand in de andere kaakhelft fractureert. Er moet dan ook bij elke
hoektandfractuur overwogen worden of preventief inkorten van de tegenoverliggende tand in
de andere kaakhelft noodzakelijk is. Het grote voordeel van preventief inkorten is dat
precies bepaald kan worden hoe het vlak van inkorten loopt en dat de omstandigheden
steriel kunnen zijn. Tevens wordt voorkomen dat de hond binnen korte tijd een tweede keer
onder anesthesie zou moeten voor behandeling van de andere gefractureerde tand.
Deel 1
|